Waar gaat het in het leven om?

Waar maken we ons druk om, ieder op zijn of haar eigen manier? Wat is belangrijk, en wat doet er minder toe? Welke keuzes maken we en waarom? Van tijd tot tijd houden we ons allemaal wel eens met dergelijke vragen bezig, zeker wanneer iemand aan het einde van zijn leven is gekomen en wij  achterblijven.
Ik was gevraagd de uitvaart te verzorgen voor iemand die met een geestelijke handicap door het leven was gegaan, wat voor de omstanders niet altijd gemakkelijk was geweest. Er waren er die vonden dat sommigen er zich wel ‘mooi’ vanaf hadden gemaakt, en er heerste zo hier en daar ook een beetje een gevoel dat degenen die de meeste zorg hadden gegeven zich hadden laten gebruiken. Al met al was het een kwetsbare situatie.
Ik besloot het volgende verhaal te vertellen – het is echt gebeurd en ook al is het intussen een aantal jaren geleden, het maakt nog steeds een diep indruk op mij, en dat terwijl het gaat om een heel eenvoudig verhaal van een heel eenvoudige man – ik vergeet het nooit meer        

De man in de trein

Ik had eens een vrije dag; besloot een treinreisje te maken en nam een mooi boek mee. In Deventer kwam er iemand naast me zitten. ‘Als hij maar niet tegen me gaat praten,’ dacht ik, want mijn boek was veel te mooi. Maar na een paar minuten zei hij iets – tegen wie wist ik niet, want hij keek naar niemand. En omdat ik hem niet goed verstond was het vast niet belangrijk, dacht ik.

Maar hij praatte door, en zonder dat ik het wilde luisterde ik toch. Het leek alsof hij iedere keer hetzelfde zei. Langzaam verstond ik: ‘Goeie dingen doen, goeie dingen doen, want waarom ben je anders hier? Goeie dingen doen, want anders ga je dood en heb je niks gedaan….’ Dit bleef hij maar herhalen, en omdat lezen toch niet meer lukte klapte ik mijn boek dicht.

‘Wat bedoel je met ‘goeie dingen doen’?’ Hij vertelde dat hij eens voor iemand een kippenhok had geschilderd en een muurtje dat vol zat met vogelpoep had schoongemaakt en dat die mensen toen heel blij waren. ‘Goeie dingen doen, want anders ga je dood en heb je niets gedaan,’ zo ging hij door.  Enkele stations verder stapte hij uit. ‘Misschien zie ik je morgen wel weer,’ zei hij tot slot. Ja, misschien wel. Kan het eenvoudiger, kan het wezenlijker?

Advertenties

Rouwmandje 2

IMG_1397

Er zit nog meer in het rouwmandje:

Een pakje kleurpotloden

Twee kaarsen – de rode heb ik zelf gemaakt.

Een hartje, dat je zelf kunt versieren met een ander kleurtje of een foto.

Een ster die je ook zo mooi kunt maken als je zelf wilt

Wensbriefjes  –  hoe dat gaat? Je schrijft op een briefje  wat je graag zou willen.  Het is het mooiste als anderen ook meedoen.  Dan gaan de briefjes opgevouwen in een schaal, en om beurten haalt iemand er een uit.

Zes steentjes – een ervan is een hartje.  Als ze van iemand zeggen dat die een hart van steen heeft is het niet best. Maar een echt hart van steen is mooi, en het is sterk omdat het diep onder de grond heeft gezeten.

Ik hoop dat je er iets moois van kunt maken en dat je dan een beetje minder verdrietig bent. Je mag zeer trots zijn op jezelf!

Rouwmandje 1.

IMG_1390Een rouwmandje voor kinderen die verdriet hebben omdat zij iemand missen…..In de loop van de tijd heb ik gemerkt hoe goed het doet hen iets concreets in handen te kunnen geven. In dit mandje ziet u mijn boekjes:
‘Herinnering aan…..’
‘Tekeningen van verdriet’ en
‘Kind en rouw in gezin en op school.’
Daarvoor staat een pop met, iets minder zichtbaar  een tasje om de hals. Daar kan het kind een briefje in doen met een tekening over wat er gebeurd is, een geschreven verhaaltje etc. De pop bewaart het dan wel zolang dat dat nodig is.

Een kind zei: ‘Ik ben blij dat het op papier staat, Dan zit het niet meer de hele tijd in mijn hoofd. Het papier onthoudt het wel voor mij. en nu bewaart de pop het ook wel voor mij.’
De knuffelbeertje mag het tasje natuurlijk ook om de hals krijgen.

Aan de zijkant staat een houten hartje. Dat mag versierd worden zoals het kind dat wil – met andere kleurtjes, met een mooi plaatje of een foto erop.

De mooiste kist voor opa

Opa wkinderen in actieas overleden. Natuurlijk hadden ze verdriet. Maar ze wilden ook graag iets moois maken voor opa. En dat deden ze.
Toen ze klaar waren lag opa in de mooiste kist die er maar bestond. Ze hadden verdriet maar waren tegelijk heel trots op zichzelf.
En oma was ook blij.

Een r.k. kerkelijke uitvaart na euthanasie?

Een kwetsbaar onderwerp. Heel kwetsbaar. Verschillende keren heeft er in een krant een bericht gestaan dat een pastoor een uitvaart weigerde voor iemand die overleed na euthanasie.
Ik citeer uit de Handreiking van de Nederlandse r.-k. bisschoppen ‘Pastoraat rond het verzoek om euthanasie of hulp bij suïcide’ (2005): ‘De bisschoppen willen de geloofsovertuiging, dat euthanasie geen goede weg voor mensen is behoeden. Daarmee is onverenigbaar, dat katholieken die daar innerlijk vrij voor kiezen, een kerkelijke uitvaart krijgen. Het is onsamenhangend tegelijk als kerk tegen euthanasie te zijn en een katholiek, die zo stierf, vanuit de kerk te begraven. Dat kan ergernis geven, omdat de uitvaart de indruk kan wekken, dat de kerk het met euthanasie eens is.’ Tot zover dit citaat.

Zoals gezegd – een groot probleem, zeker ook emotioneel, omdat  euthanasie in het algemeen genomen geaccepteerd is, mits uiteraard toegepast met alle zorgvuldigheid en respect die daarbij horen.

Het verhaal dat in een situatie als deze het meeste indruk op me maakte is het volgende:
In A. was een nog jonge vrouw van achter in de vijftig overleden. Het eerste wat de familie meedeelde was dat een uitvaart in de kerk waar ze ieder weekend heel trouw kwamen, niet ging. Waarom niet? Ze vertelden: ‘Mama was al heel lang ziek, en ze bleek veel zieker te zijn dan iedereen had gedacht. Maar ze was gewoon taai, ging door, klaagde nooit.  En toen, zomaar, zat de kanker door haar hele lichaam – niet alleen in haar hoofd, maar ook in de longen, de lever en de botten. Je zag aan haar gezicht dat ze heel veel pijn had. Maar aan die pijn konden ze bijna niets te doen. De dokter was een goeie, die heeft van alles geprobeerd, maar het hielp niet. Toen kon mama niet meer. Maar haar hart was veel te sterk. Ik denk dat mijn hart er al lang mee was opgehouden. Mama wilde zo graag gaan, ‘naar de overkant,’ zoals ze zelf zei. Naar de anderen die haar daar zeker zouden opwachten. Ze was moe, doodmoe. Ze kon niet meer, en dat kan ik wel tien keer achter elkaar zeggen, zo erg was het. We hebben er samen over gepraat, met elkaar en met de dokter. En er kwam nog een dokter bij. Die begreep het ook. Hij zag het ook. Toen hebben we een datum afgesproken dat mama mocht gaan. Het duurde nog wel even, maar het was goed. Mama werd er rustiger van, en wij werden rustiger omdat zij rustiger was. Maar het was wel raar om te weten wanneer het einde zou zijn, om dan echt afscheid te nemen.  Maar we vonden het goed voor mama, en dan was het ook goed voor ons. En we hebben elkaar nog veel verhalen verteld, zo van: ’Weet je nog?’  En we toen ook nog wel gelachen.’

Nadat de datum van het overlijden was bepaald, voor in het geval dat de natuur nog niet zelf had ingegrepen,  gingen ze naar de pastoor. Ze vertelden dat mama nu wel heel erg ziek was en niet meer kon, en dat ze op die datum mocht sterven. Zou de pastoor haar de ziekenzalving willen geven? Nee, dat wilde hij niet. Want euthanasie mocht van de kerk niet, en daar kon hij niets aan veranderen.

Ze vertelden verder: ‘Nadat mama was overleden zijn we weer naar de pastoor gegaan, en we vroegen of mama in de kerk mocht komen en of de pastoor dan de mis voor haar wilde doen. Maar dat wilde hij niet. En nou zijn we heel moe en nog verdrietiger dan eerst.’  De tranen sprongen me in de ogen, en geloof me, dat gebeurt niet gauw. We waren stil, allemaal.

‘Wilt u mijn vrouw zien?’ vroeg hij mij. ‘Graag, als dat mag.’ Hij ging me voor naar de kamer waar zijn vrouw lag opgebaard en verontschuldigde zich omdat het er nog zo kaal was, want de bloemen waren er nog niet – ‘Die zijn wel besteld, ze komen morgen.’ Voor mij ging er een enorme rust van haar uit. Het was goed zo.

We gingen terug naar de huiskamer.
‘We redden het wel zonder pastoor,’ gaf ik aan. ‘Laten we maar eens verhalen gaan vertellen.’
Natuurlijk hebben we voor mama gebeden, en we hebben haar met zijn allen gezegend. Het was goed.

Een kerkelijke uitvaart?

Ooit werd ik gevraagd een uitvaart te verzorgen namens een kerk, en wel die kerk waar ik vroeger zelf jarenlang actief bij betrokken was. Omdat ik ‘het niet meer trok’ nam ik daar afscheid. Dan nu toch die vraag…….  Maar na enig denken heb ik gemeend dat niet te moeten doen. Het was een kerk waarin vorm en taal steeds meer vastgelegd waren. Ik kan daar niet mee uit de voeten; heb wat vrijheid nodig om datgene wat nabestaanden bezighoudt samen met hen onder woorden te brengen. En hier was die vrijheid er niet. Ik heb dat de betreffende kerk in een gemotiveerde brief laten weten. Via via kwam een reactie: de vrijwilligers vonden het jammer dat ik het niet deed, de pastoor vond het juist goed.

Er was nog eens iets: In X  gaan de pastores niet mee naar het crematorium. Iemand die daar bekend was zei (dat werd me later verteld): ‘Dat is wel iets voor Corrie. Die kan dat wel.’ Maar ik heb er direct voor bedankt. Ik wil geen mensen op zo’n manier tegen elkaar uitspelen. Een ander zei: ‘Misschien kun je op die manier enkele veranderingen  bewerken.’ Nee, daar geloof ik niet in. Op het moment is de situatie zo dat mensen die proberen een verandering tot stand te brengen weggestuurd worden. Ik heb geen zin in conflicten, zeker niet wanneer het gaat om de vormgeving van een uitvaart, daar waar een pastor de eindverantwoordelijkheid heeft en houdt. Dus… ik ben en blijf een ‘vrije vogel’.

Waarom ik theologie heb gestudeerd?

Waarom ik theologie heb gestudeerd?

Het is een interessante studie, dat sowieso. En het heeft alles te maken met mensen die hoe en waarom dan ook geloven in iets en/of in Iemand die groter is dan zijzelf.  De term ‘een hogere macht’ kan daarbij een zekere afhankelijkheid aangeven. Een ander woord is ‘kracht’ waardoor je je gesterkt kan weten. Het woord ‘God’ roept direct heel wat vragen op: Wat zeg je als je ‘God’ zegt? ‘God’ valt niet te definiëren.
Wat ik zeker ook interessant vond en nóg altijd vind is de manier waarop het leven zich in de loop van de eeuwen heeft ontwikkeld, welke veranderingen zich waarom voordeden. Met geschiedenis zoals wij die vroeger op school kregen – vooral het van buiten leren van jaartallen en een opeenvolging van oorlogen en vrede, heb ik niet veel. Het alledaagse leven en de ontwikkeling daarvan boeit me meer. En aan de hand daarvan onthoudt je belangrijke jaren wel.

Bij dat alledaags leven hoort ook religie, met al zijn hoogte- en dieptepunten, met al zijn bewegingen van vrijzinnigheid naar orthodoxie en de spanningen tussen die beide uitersten. Alleen al daarom zou het goed zijn meer van de geschiedenis te weten. Het zou een aantal problemen op kunnen lossen, zoals de uitspraak: ‘Het is altijd zo geweest.’ Maar het is zeker ‘niet altijd zo geweest’, ook al doet de stellige taal van nu dat vermoeden. Een manier van denken in een bepaalde tijd krijgt vorm in de manier waarop met godsdienst wordt omgegaan, dat kan niet anders. Absoluutheidaanspraken leiden tot narigheid – tot macht – hoe dan ook.
Religieus denken valt niet samen te vatten in een systeem. Het heeft iets te maken met grensoverschrijdend denken – kan zich afspelen voorbij de grens van het denken en heeft alles te maken met vermoeden en ervaren van een grotere werkelijkheid, ook al heb je daar geen exacte woorden voor.
Poëzie kan ons op een spoor zetten. En het onderzoek naar het bewustzijn, wat al geruime tijd behoorlijk aan de gang is, zou daarbij wel eens essentieel kunnen zijn.

Ervaringen, vragen en ideeën rond het levenseinde.